Een lege moestuinbodem is een kwetsbare bodem. Groenbemesters vullen de leegte en laten de bodem werken terwijl jij niets doet.
Na de oogst ligt een moestuinbed vaak maanden leeg. Regen spoelt voedingsstoffen weg, de bovenste laag verslempt en onkruid neemt de ruimte over. Een groenbemester — een snel groeiend gewas dat je ingraaft of afknipt voor de winter of volgende teelt — voorkomt dit alles.
Sommige groenbemesters binden stikstof uit de lucht (vlinderbloemigen zoals klaver en wikke), andere verbeteren de bodemstructuur met diepe penwortels (radijs, phacelia), en weer andere zijn vooral nuttig omdat ze vorstgevoelig zijn en vanzelf afsterven na de eerste nacht onder nul.
Snijdt de groenbemester af of maaig hem vlak voor of tijdens de bloei — dan bevat het materiaal nog veel stikstof en is de vertering het snelst. Laat de resten liggen als mulch bovenop de grond (no-dig) of werk ze licht in met een cultivator of hark.
Wacht na het onderwerken minimaal twee weken voor je zaait of plant. Het verterende materiaal produceert stoffen die kieming kunnen remmen. In koud weer duurt dit langer.
Bij no-dig leg je de afgesneden massa bovenop de grond en dekt hem af met compost. Wormen trekken het materiaal naar beneden — je hoeft zelf niet te spitten.
Laat geen bed leeg de winter in. Phacelia voor de zomer, winterrogge of wikke voor de herfst — goedkoop, effectief en goed voor het bodemleven.
Leg vast wanneer welk bed met een groenbemester is ingezaaid.
Bekijk de moestuinplanner