Een fruitboom in volle bloei maar geen vruchten? Negen van de tien keer is bestuiving het probleem.
Fruitbomen hebben stuifmeel nodig om vruchten te vormen. Dat stuifmeel wordt overgebracht door insecten — met name bijen — van bloem naar bloem. Maar niet elk stuifmeel is bruikbaar: veel fruitboomrassen zijn zelf-onverenigbaar, wat betekent dat ze stuifmeel van een ander ras nodig hebben om vruchten te zetten.
Daarvoor zijn er bestuivingsgroepen. Rassen uit dezelfde groep bloeien tegelijkertijd en kunnen elkaars stuifmeel gebruiken. Een appel uit groep 3 kan bestoven worden door een andere appel uit groep 2, 3 of 4 — zolang de bloeitijden overlappen.
Appels zijn ingedeeld in groepen (1 tot 7) op basis van bloeitijdstip. Kies altijd twee of meer rassen uit aangrenzende groepen. Let ook op triploïde rassen (zoals Bramley, Belle de Boskoop, Jonagold) — deze kunnen andere rassen niet bestuiven maar hebben wel bestuiving nodig van twee andere rassen.
De beste bestuiver in de fruitboomgaard is de honingbij, maar ook hommels, metselbijen en zweefvliegen doen goed werk. Zorg dat er al voor de fruitbloei (februari–april) voedsel is voor vroege bijen: krokussen, helleborus, wilgentenen en sneeuwklokjes helpen vroege bestuivers overbruggen tot de fruitboom bloeit.
Plant bloeiende heesters en vaste planten rondom de boomgaard: vlinderstruik, phacelia, korenbloem en angelica trekken een grote diversiteit aan insecten. Vermijd het spuiten van insecticiden tijdens de bloei — ook biologische middelen zoals pyrethrine doden bijen.
Kies rassen uit aangrenzende bestuivingsgroepen, vermijd triploïden als enige bestuiver en zorg vroeg in het seizoen voor bloemrijke omgeving.
Een goede snoei geeft bijen toegang tot alle bloemen en verbetert de fruitkwaliteit.
Lees over snoeien