Een witte poederlaag op bladeren is bijna altijd meeldauw. De oorzaak zit zelden in het blad zelf — maar in de omstandigheden eromheen.
Meeldauw is een verzamelnaam voor twee verschillende ziektebeelden: echte meeldauw en valse meeldauw. Ze lijken op elkaar maar worden veroorzaakt door heel andere organismen en vragen om een andere aanpak. Echte meeldauw groeit aan de bovenkant van het blad en is goed te zien als een wit, poederig laagje. Valse meeldauw begint vaak aan de onderkant en is grijzig of paarsachtig.
Beide vormen gedijen het best bij bepaalde combinaties van temperatuur en luchtvochtigheid. Meeldauw is daarmee een signaal: de omstandigheden rondom de plant zijn uit balans.
| Echt | Vals | |
|---|---|---|
| Locatie | Bovenkant blad | Onderkant blad |
| Kleur | Wit/grijs poeder | Grijzig, paars |
| Vochtigheid | Droge, warme dagen | Koel en vochtig |
| Planten | Komkommer, courgette, pompoen | Sla, spinazie, ui |
| Aanpak | Natriumbicarbonaat, lucht | Minder vochtig, ruimer zaaien |
De meeste meeldauwaantastingen zijn te voorkomen door de omstandigheden minder gunstig te maken voor de schimmel. Luchtcirculatie is daarin het sleutelwoord. Planten die te dicht op elkaar staan houden vochtige lucht vast tussen de bladeren. Dit geldt zowel buiten als in de kas.
Bij echte meeldauw is de schimmel oppervlakkig en kan je hem goed aanpakken met middelen die de pH op het bladoppervlak veranderen. Natriumbicarbonaat (baking soda) werkt goed: een theelepel op een liter water, eventueel met een paar druppels zeep om het te laten hechten. Spuit dit op de aangetaste bladeren.
Herhaal dit elke 5 tot 7 dagen zolang de aantasting actief is. Verwijder zwaar aangetaste bladeren en gooi ze in de afvalbak, niet in de compost. De schimmelsporen overleven composteren.
Ook verdund melk (1 deel melk op 9 delen water) heeft bewezen effectiviteit tegen echte meeldauw. De wei-eiwitten werken als een natuurlijk schimmelmiddel.
Op de lange termijn is het kiezen van resistente rassen de meest effectieve aanpak. Veel moderne komkommer-, courgette- en slarassen zijn geselecteerd op meeldauwresistentie. In de zaadcatalogus staat dit vaak aangegeven met "MR" (meeldauwresistent) of met een specifieke resistentiecode.
Tuiniers die hun eigen zaad bewaren en elk jaar de gezondste planten selecteren, kunnen op termijn een eigen, aangepaste populatie opbouwen die beter bestand is tegen lokale meeldauwstammen.
Meeldauw is een signaal van slechte luchtcirculatie of extreme temperatuurwisselingen. Preventie gaat verder dan behandelen.
Bewaar zaad van de sterkste planten en bouw je eigen resistentie op.
Lees over zaad bewaren