Rupsen zijn de larven van vlinders en motten. De meest schadelijke soorten in de moestuin vallen koolgewassen aan en kunnen een plant in dagen kaalvreten.
De twee belangrijkste daders zijn het koolwitje (Pieris brassicae) en het koolmotje (Plutella xylostella). Het koolwitje legt gele eihoopjes aan de bladonderkant. De groene rupsen verbergen zich aanvankelijk goed in de koolbladeren. Het koolmotje is kleiner: de crème-witte, energieke rupsen maken ronde gaatjes ('vensterraampjes') in de bladeren.
Koolgewassen als boerenkool, spruitjes, rode kool, bloemkool en broccoli zijn het meest kwetsbaar. Zonder ingrijpen kunnen aangetaste planten tot op het skelet worden afgevreten.
Bacillus thuringiensis var. kurstaki (Btk) is een van de meest effectieve en tegelijkertijd veiligste middelen tegen rupsen. Dit is een bodemlevende bacterie die een eiwit produceert dat giftig is voor rupsen maar volledig onschadelijk voor mensen, zoogdieren, vogels en volwassen insecten (inclusief bijen).
Spuit Btk op de bladeren — rupsen eten het mee en sterven binnen 2–5 dagen. Herhaal na 7–10 dagen, omdat nieuw geslipte rupsen het effect al snel verminderen. Btk werkt slecht bij koud weer (onder 15°C) en wordt afgebroken door UV-licht, dus spuit bij voorkeur 's avonds.
Handmatig verwijderen van eihoopjes en jonge rupsen is tijdrovend maar effectief bij kleine aantasting. Droeg de rupsen in een emmer water zodat ze niet terugkomen.
Vlindernet over koolgewassen direct na het planten is de meest betrouwbare preventie. Bij aantasting: Bacillus thuringiensis werkt snel en veilig.
Vruchtwisseling verstoort de levenscyclus van koolspecifieke plagen.
Lees over vruchtwisseling