Wie zijn eigen zaad bewaart, sluit de kringloop en bouwt elk jaar aan een tuin die beter past bij zijn grond en klimaat.
Zaden bewaren is misschien wel het meest duurzame wat je in de moestuin kunt doen. Je bent niet afhankelijk van een zaadkatalogus, je selecteert de planten die het beste groeien op jouw plek, en je bouwt langzaam een zaadbank op die volledig op jouw tuin is afgestemd. Bovendien is het bijna gratis.
Niet alle planten zijn even eenvoudig om zaad van te bewaren. Tomaten, bonen en erwten zijn ideaal voor beginners: ze zijn zelfbestuivend, wat betekent dat het zaad de eigenschappen van de moederplant behoudt. Kruisbestuivers zoals courgette, pompoen en kool kunnen hybridiseren met andere rassen, wat minder voorspelbare nakomelingen geeft.
Tomatenzaad heeft een gelachtige omhulling die kiemremming veroorzaakt. In de natuur lost dit op tijdens het verrotten van de vrucht. Thuis gebruik je fermentatie om hetzelfde te bereiken.
Kies zaad van een plant die:
Gebruik altijd vaste rassen (geen F1-hybriden) – die geven betrouwbare nakomelingen
Bonen en erwten zijn verreweg het eenvoudigst. Laat een deel van de peulen gewoon hangen tot ze verdroogd en bruin zijn. Pluk de peulen voor de eerste nachtvorst. Open ze boven een kom en haal de bonen eruit. Spreid ze een week uit om na te drogen en bewaar dan in een luchtdichte pot of papieren zakje.
Bonen die je bewaart voor zaad worden niet gegeten — markeer ze tijdig aan de plant zodat je ze niet peult. Een stukje touw om de steel werkt prima.
Goed bewaard zaad behoudt zijn kiemkracht meerdere jaren. De vijanden zijn vocht, warmte en licht. Een koele, donkere en droge plek — zoals een lade in de slaapkamer of een koelkast — is ideaal.
Begin met tomaten, bonen en erwten. Selecteer op de beste planten, droog goed na en bewaar koel en donker. Na een paar seizoenen heb je een eigen zaadbank.
Gebruik de planner om bij te houden welke rassen je gebruikt en bewaard hebt.
Bekijk de moestuinplanner